Gebarenlied

Inleiding

 

We gaan een liedje zingen en het tegelijkertijd met onze handen uitbeelden.

 

Uit onderzoek blijkt dat als een kind al van jongsaf gebaren gebruikt bij het spreken, dat ook het spraakvermogen gestimuleerd wordt. 

Bovendien zal het sneller een gebaar kunnen tonen dan het woord al kunnen spreken. Hierdoor zal het zich sneller verstaanbaar kunnen maken waardoor het blijer zal zijn!

Ook bij nieuwkomers zal het een stimulans zijn om sneller onze taal te leren!

 

Pas op; zeg ook steeds luidop wat je bedoelt!

Wanneer we een gebaar gebruiken moeten we de zin ook helemaal uitspreken! En niet met een babytaal maar met grammaticaal correcte zinnen. Pas dan zal er een brug zijn naar de gesproken taal.

 

We hoeven geen gebaar te gebruiken bij elk gesproken woord. Een gebaar per zin is al voldoende! Het moet gewoon uitdrukken wat er gezegd wordt. 

Er zijn vele gebaren mogelijk. Wij kozen voor gebaren die aanleunen bij gebarentaal. 

 

Ideetje : Memorie

 

We spelen een spelletje memorie om al wat om te gaan met gebaren, gebruik daarvoor de kaartjes die bij het liedje horen. 


Gebarenlied

 (tekst + akkoorden):

 

Refrein

D       Mijn mondje gaat open,

A         Geluiden gaan dan lopen

E         Mijn handen zeggen hé!

A         Wij doen hieraan mee!

A         Ons oogjes kijken alles na

D         En gaan ons woorden achterna

E         Zie wat ik bedoel

A         Wat ik zeg en wat ik voel

 

D         Met het kraaien van de haan

Begint een nieuwe dag

A         Moeten w’ uit ons bedje gaan

Staan we op met een lach

E         We stappen af de trap

Nemen dan een hap

E         Van een boterham met kaas,

Choco of speculaas…

D         Maar kijk eens naar het uur

We moeten naar school gaan 

A         Neem je fiets maar bij het stuur

Een nieuwe dag vangt aan.

E         Lalalala

E

 

Refrein herhalen

 

D         Op school zie ik mijn vrienden

We spelen altijd samen

A         Op de speelplaats en we vinden

plannen om te beramen

E         We spelen samen voetbal,

We klimmen in de bomen, 

E         We springen en we lopen, 

na de bel moeten we komen

D         De juf of meester vraagt ons weer

Om in een rij te staan

A         Naast elkaar, hand in hand

Om naar de klas te gaan

E         Lalalala

E

 

Refrein herhalen

 

Bridge

 

Dm     Het was een leuke dag

Bb       Waarin weer alles mag

F          Knutselen en spelen

C         met draken en kastelen

Dm     Ik doe mijn oogjes toe

Bb       Ik val in slaap want ik ben moe

F          Mama geeft nog een zoen

C         Papa zal het licht uitdoen

E

 

Refrein herhalen

 

Tovenaar

Inleiding

 

Dit is een liedje dat nog moet ingevuld worden door de kinderen. 

Telkens er een “ping” gaat, moet een woord worden gekozen.

 

Een eerste ping zal de naam van de tovenaar vragen aan de kinderen. Ze mogen een naam verzinnen van 2 of 3 lettergrepen. Op het einde van het liedje zal gevraagd worden om een nieuwe naam te verzinnen! Daarmee kan het liedje weer opnieuw gezongen worden.

 

In het midden van het liedje hoor je 4 keer een ping! De kinderen mogen 4 woordjes invullen. We maken het een beetje makkelijker door mogelijkheden te tonen op bijgevoegde kaartjes. Vraag aan de kinderen om kaartjes te kiezen die op elkaar rijmen. Deze kaartjes worden in het zicht gelegd of gehangen zodat de kinderen kunnen “lezen” welke woorden ze gaan zingen.

Ze mogen natuurlijk nog andere rijmende plaatsen bedenken. 

 

Tovenaar (tekst met akkoorden)

 

D         Ik ben een oude tovenaar

C         Met heel lang haar

G         Een witte lange baard

D         en een ingevlochten staart

C         Mijn naam is --- (ping)

G         Maar weet je, elke keer

D         Vergeet ik mijn naam, telkens weer

 

G         Ik schrijf hem op de --- (ping)

D         En ook nog op de --- (ping)

C         En zeker op de --- (ping)

C         En nog eens op de --- (ping)

G         Maar hoe ik ook probeer

D         Ik weet het weer niet meer

C         Dus als ik weer vergeet

C         Hoe ik ook weer heet

 

D         Dan moet ik het gaan zoeken

C         In alle verre hoeken 

G         en tussen al mijn boeken

D         maar ach, wat een verdriet

C – G  ik vind mijn naam weer niet…

 

G         Willen jullie nog eens

D         Een mooie naam verzinnen?

C         Dan wil ik hem gaan leren,

C         Vanbuiten  Én vanbinnen!

 

C         Mijn naam is --- (ping)

 

D         Ik ben een oude tovenaar, …


Wiebellied

 Inleiding

 

Dit is een liedje om te bewegen! We zingen en dansen telkens het refrein en vullen het aan met een strofe naar keuze. In die strofe wordt een beweging gezongen die we dan samen moeten uitvoeren. Na elke strofe is er een instrumentaal stukje waarop je de tijd hebt om de beweging te doen.

 

Op de CD staan de liedjes per strofe apart. Je kan dus kiezen welk liedje je die dag kiest om uit te voeren!

Wiebellied 

Stilzitten kan ik niet

Dit is het wiebellied.

We wiebelen heen en weer op onze stoel 
met onze handjes in onze zakken.

Mijn voeten willen gaan

Blijven niet stilstaan!

Onze voetjes stampen afwisselend op de grond

Mijn handjes uit mijn zakken

Willen alles pakken!

We halen onze handjes uit onze zakken 
en graaien er mee rond 

Mijn buikje staat nooit stil

Zelfs niet als ik het wil.

We staan recht, 
leggen de handjes op onze buik en draaien ermee rond

Weet je wel, later word

We strekken één arm naar voren, dan de andere

Ik de beste in mijn sport!

We wijzen naar onszelf en doen een sport naar keuze na 
(of we spreken vooraf een sportbeweging af)

 

De bal gaat in een kringetje rond

Komt nooit los van de grond!

Ik kijk ernaar en weet heel goed

Hoe ik de bal rollen moet.

We zitten in een kring, voetjes tegen elkaar. 
We rollen een bal over en weer en volgen die met onze oogjes.

 

Melodie om uit te voeren

 

Ik geef hem aan mijn buur

Ik laat hem echt niet vallen!

En weet je op den duur

Komen er meer ballen!

We staan recht in een kringetje en geven een bal door. 
Nadien proberen met twee of zelfs meer ballen. 
De ballen mogen ook in grootte verschillen.

 

Melodie om uit te voeren

 

Ik lig plat op mijn rug

Maar wil graag verder rollen

Dus draai ik eens heel vlug

Op mijn buikje en weer terug

We rollen heen en weer over de grond. 
Met de armpjes gestrekt boven ons hoofd of naast ons lichaam.

 

Melodie om uit te voeren

 

Ik klap mijn handen tegen elkaar

Op het ritme van de gitaar

Sta nu eens per twee

Nu doet je vriendje ook nog mee!

We klappen in onze handen en 
proberen het ritme van de muziek te volgen. 
Probeer daarna ook hetzelfde per twee met de handjes tegen elkaar. 
Je kan het ook moeilijker maken met andere variaties in handjeklap.


Melodie om uit te voeren

 

Kan jij op één voetje staan?

Misschien er ook op springen?

En ga ook eens wat swingen 

en dit liedje erbij zingen!

We oefenen ons evenwicht. 
Sta op één been, nadien op het andere. 
We kunnen een beetje dansen op één been,…


Melodie om uit te voeren

 

Kruipen als een tijger

Sluipen als een krijger

Hurken als een aap

En springen als een schaap

We kruipen eerst de hele melodie, 
daarna gaan we sluipen, 
dan weer hurken en tot slot eens springen.


Melodie om uit te voeren



Wiebellied 

 (tekst + akkoorden)          Gitaar CAPO 2


D

Stilzitten kan ik niet

                               G

Dit is het wiebellied

G

Mijn voeten willen gaan

A                              D           

Blijven niet stilstaan

C

mijn handjes uit mijn zakken

D                     G

Willen alles pakken

C

Mijn buikje staat nooit stil

G                               C

Zelfs niet als ik het wil

G                     C

Weet je wel, later word

A                                  D

Ik de beste in mijn sport

 

A         de bal gaat in een kringetje rond

A         komt nooit meer los van de grond!

G         ik kijk ernaar en weet heel goed

A         hoe ik de bal rollen moet

 

Melodie om uit te voeren

 

A         Ik geef hem aan mijn buur

A         Ik laat hem echt niet vallen!

G         En weet je op den duur

A         Komen er meer ballen!

 

Melodie om uit te voeren

 

A         Ik lig plat op mijn rug

A         Maar wil graag verder rollen

G         Dus draai ik eens heel vlug

A         Op mijn buikje en weer terug

 

Melodie om uit te voeren

 

A         Ik klap mijn handen tegen elkaar

A         Op het ritme van de gitaar

G         Sta nu eens per twee

A         Nu doet je vriendje ook nog mee!

 

Melodie om uit te voeren

 

A         Kan jij op één voetje staan?

A         Misschien er ook op springen?

G         En ga ook eens wat swingen

A         En dit liedje erbij zingen!

 

Melodie om uit te voeren

 

A         Kruipen als een tijger

A         Sluipen als een krijger

G         Hurken als een aap

A         En springen als een schaap

 

Melodie om uit te voeren



 


Weerbericht

Inleiding

 

Het weerliedje in een nieuw jasje! 

We kiezen twee kindjes uit die het weer gaan aanduiden. Een jongen (meneer) en een meisje (mevrouw). We geven ze tijdens het liedje ook een handdruk!

Afhankelijk van het weertype wordt de juiste strofe gezongen. 

Weerbericht

intro

D – Am – G – D – C – G – D – D

 

D                     

Dag meneer

Am

Zeg mij een keer

G                     D

Hoe is het weer?

C

Dag mevrouw

G

Vertel eens gauw

D                                D

Is het warm of kou(d)?


 

G                                D

Is de lucht mooi helderblauw?

C         

Of komen er witte watjes

Am

Houden ze de regen bij

D

Of voelen we al spatjes?

G                           D

Voelen we het druppelen

C

Gaan we samen huppelen

D

In plassen vol met water

D

Goh wat een geschater!

 



G                                D

Schijnt de zon op ons gezicht?

C

Geeft ze warmte en veel licht?

Am

Kunnen we naar buiten gaan

D

Met onze sandalen aan…

G                                   D

Dan smeren we ons heel goed in

C

En zoeken naar een mooie hoed

D

We hebben heel veel zin

D

In een ijsje lekker zoet



G                                D

Of nemen we een dikke jas

C

En staat er rijm op het gras

Am

Dan hopen we op hagelslag

D

Op een sneeuwman met een lach

G                              D           

Met sneeuwballen gooien

C

We maken een glijbaan

D

We blazen witte wolkjes uit

D

Steken de kachel aan


Chill

 

Inleiding

 

Dit is een relaxatie liedje.

De kinderen worden hier heel rustig. 

We zoeken een knusse ruimte, gaan liggen en luisteren naar een stukje van het lied. Elk stukje gaat over een deel van het lichaam. Je kan per keer kiezen welk stukje je beluisterd.

Bij de tekst horen massage-gebaren. Ze staan er bijgeschreven. 

Bij de jongste kindjes kan de juf ze bij hen doen. Later kunnen ze ze bij zichzelf doen. Of ze kunnen ook elkaar masseren! 
Alles gebeurt in een hele rustige sfeer. Veel plezier!!

 

Chill

 (Tekst en massage + akkoorden)

 

Dek je oogjes af                                         volgende noten op gitaar spelen:

Doe ze toe                                                  re – mi – fa# - fa# - sol – fa# - C-akkoord

Leg nu je handjes op je hart                  re – mi – fa# - fa# - sol – la - G-akkoord

 

C                                             G         

Voel je haartjes nu eens groeien 

Kinderen strelen hun haar

C                                             G

Ga ze met wat water sproeien 

Tokkelen op hun hoofd

Em                             G

Daal nu af naar je schouders 

Ze gaan met beide handjes van boven op hun hoofd, 
over hun oren naar hun schouders

C                                 G

Voel je daar de kabouters 

Zachtjes op je schouders kloppen

C                                                  G

Kabouters wandelen naar benee 

Met vingertjes over één arm strelen

C                                             G

Niet alleen, ze zijn met twee

Ook de andere arm

Em                                              

Een voor een  

Knijpend weer naar omhoog

                           G                                  

Van tak naar tak

Ook de andere arm

C                                                           G

Klimmen ze omhoog, naar de regenboog

Sleutelbeen voelen

 

Dek je oogjes af

Doe ze toe

Leg nu je handjes op je hart

 

C                                 G

Hang eens aan je kin, 

Zachtjes aan je kin trekken

C                                                   

Ga rond je mond, 

Met wijsvingertjes rond het mondje tekenen

                      G

Kijk er eens in…

Mondje openen

Em                     G

Trek aan je tong

Aan je tong trekken

C                                                 G

Je wangen lijken om in te knijpen

In je wangetjes knijpen

C                                                     G 

Streel de boogjes, boven je oogjes

Je wenkbrauwen strelen

C                                             G

Je neusje staat altijd paraat

Met je vingertjes op je neusje wandelen

Em                                                 G

We glijden er af maar vallen zacht

De handjes van het neusje laten glijden en op de buik laten vallen 

 

Dek je oogjes af

Doe ze toe

Leg nu je handjes op je hart

 

C                                                 G

Op de wip gaan we op en neer

We leggen twee handjes op onze buik 
en duwen om de beurt zachtjes in onze buik

C                                                         G

We schommelen er heen en weer

We wrijven van links naar rechts met twee handjes

Em                                                     G

Op het rad gaan we rondjes draaien

Met één hand draaien we rondjes op onze buik

C                                                        G

Hoog op de toren begint het te waaien

We maken met onze vingers een grote beweging over onze buik

C                                         G

Drupjes vallen uit de lucht

We tokkelen met onze vingertjes op onze buik

C                                                  G

De regen spoelt over onze benen

We wrijven met de vingertoppen van onze buik over onze benen

Em                                                     G

Het lijkt nu wel of de wolken wenen

We gebruiken nu onze volledige handjes

C                                                         G

Het water maakt een nieuwe rivier

Met twee wijsvingertjes kronkelen we een rivier over onze beentjes

C                                                 G

We pletsen erin wat een plezier!

We kletsen op onze billen

 

Dek je oogjes af

Doe ze toe

Leg nu je handjes op je hart

 

C                                 G

In diepe, natte plassen

C                                             G 

gaan we onze voetjes wassen

We strelen onze voetzolen

Em                                   G

Teen voor teen, alles net

We masseren teen voor teen

C                                                  G

Onder onze voet, wat een pret!

We kriebelen onze voetjes

C                                             G

We liggen neer op onze rug

C                                             G

Voelen ons in ‘t bedje terug

We gaan op onze rug liggen

Em                                     G

Ons buikje gaat op en neer

We leggen onze handen op onze buik

C                                         G          

We blazen uit telkens weer

We ademen in en uit
En in en uit


Kazoo-lied

 

inleiding

 

Bij dit liedje gaan we kazoo’s gebruiken. Kinderen vinden dit heel plezant! 
Bovendien is het goed voor de ontwikkeling van hun mondmotoriek!

We zingen het liedje 4 keer :

1.    Alles wordt gezongen
2.    We vervangen het eerste deel van de zin door lalala, het tweede deel wordt nog gezongen

2.    We blijven lalala zingen , het tweede deel zingen we op de kazoo

3.    Alles met de kazoo

 

Kazoo-lied

 (tekst + akkoorden)

 

Am

Zeg eens Dah, dah dah dah

Dah (x5)

G

Zeg eens Duh, duh, duh, duh

Duh (x5)

C

Rol eens met je tong

Rrrrrrrrr

Em                             G         

Ben je klaar voor de Kazoo?

Am

Hum, hum!


Ik kan het!

 

Inleiding

 

In dit liedje staan verschillende uitdagingen. Het lied wordt gezongen en aangevuld met een uitdaging. Daarin zit een opdracht om met de klas te doen. Om de maand zing je een nieuwe uitdaging. 

Op de CD staan de liedjes per strofe apart. Je kan dus kiezen welk liedje je die maand kiest om uit te voeren!

 

Ik kan het!

 (tekst en uitdagingen + akkoorden)

 

Intro noten:             la -la -si -si -do – Am akkoord   (2X)

                             

 

Am     Ik wil het

Am     Dus ik kan het

G         Ik kan het eens proberen

D         En dus als ik iets wil

D         Kan ik alles gaan leren  Am

 

 

Am     Mijn papa heeft een moto

D         En die gaat supersnel

Am     Ooit een keertje meegaan

D         Goh dat wil ik wel

Am     Ik oefen op mijn fiets

G         Ik kan heel goed trappen

D         Ik ben bang voor niets

D         Ik ben nen hele…………….….rappe  Am

 

Am     Ik liep voorbij een wei

D         Daar zag ik een paard

Am     Met een veulentje erbij

D         Ze zwaaiden met hun staart

Am     Oh wat zou het zalig zijn

G         Om er bovenop te rijden

D         Maar ik ben zo klein

D         Kan ik zo’n paardje………… leiden?   Am

 

Uitdaging 1

 

Am                                 G

Met heel veel dozen van karton

Em                           Am

Gaan we ietske bouwen

Am                    G

Misschien een camion

Em                    Am

Of een luchtballon?

Am                             G

Of hebben jullie een idee?

Em                             Am

Breng die dozen dan maar mee!

 

We laten de kleuters dozen meebrengen. Daar mag ook ander materiaal bij zijn zoals keukenrolletjes of wc-rolletjes, restjes stof of restjes behang, …. Samen gaan we fantaseren wat we ermee kunnen bouwen. Dat hoeft niet iets te zijn dat al bestaat! We gaan aan de slag met schilders tape, behangerslijm, verf en penselen.

 

Uitdaging 2

 

Am                                 G

We maken een heel lang parcours

Em                                   Am

Met plakband en wat touwen

Am                                  G

We gaan er nog wat hindernissen

Em                    Am

Tussen bouwen

Am                                   G

Dan moeten we gaan kruipen

Em                                Am

Soms ook wel eens sluipen…

 

We maken een parcours dat een tijdje kan blijven liggen en telkens met nieuwe stukken kan worden aangevuld.

 

Uitdaging 3

 

Am                                 G

We gaan een boek verzinnen

Em                     Am

Tekenen en maken

Am                                          G

Het kan over prinsessen gaan

Em                          Am

Soldaten of over draken

Am                   G

Elke dan 1 tekening

Em                             Am

Een spannend nieuw verhaal!

 

De kleuters verzinnen een verhaal. De juf is de secretaresse. Ze tekent wat de kleuters verzinnen. Je moet daarvoor niet goed kunnen tekenen maar wees wel consequent met je kleuren. Vb Een hond is altijd oranje… Je mag enkel het verhaal wat bijsturen als het vastloopt of uit de hand loopt. Stel daarbij vragen zoals “wat gebeurt er dan met de draak?”. Zo maak je een boekje waar de kinderen heel trots op zullen zijn!

 

Uitdaging 4

 

Am                                 G

We nemen wat wit zandbakzand

Em                               Am

En doen dat in wat schalen

Am                                       G

We nemen er gekleurd krijt bij

Em                                Am

En gaan dat heel fijn malen

Am                                            G

Mengen dat samen, heel plezant

Em                             Am

We maken een tekening met dat zand!

 

Begin met eerst wat gekleurd krijt fijn te malen dmv een vijzel. Laat de kleuters daar al bij helpen! Dan meng en jullie dat met zand en maken zo de “verf” van jullie tekening. Gebruik ringetjes en penselen en lepeltjes als hulpmiddelen om tot een mooie tekening te komen.


Uitdaging 5

 

Am                                              G

Wanneer er weer iemand verjaart,

Em                                      Am

Maken we een lekkere taart

Am                                  G

Een grote holle witte bol

Em                      Am

Prikken we dan vol

Am                                   G

Met snoepjes of met fruit

Em                             Am

Of wat vinden jullie uit?

 

Maak een toffe snoep- of fruittaart op een isimo-bol!

 

Uitdaging 6

 

Am                                           G

Wat is er allemaal in een dorp?

Em                                Am

Huizen, bomen en straten

Am                                                  G

Maar zonder mensen of kinderen in,

Em                        Am

Is dat wel heel verlaten

Am                             G

Neem een heel groot leeg papier

Em                             Am

En teken, bouw met veel plezier!

 

Maak eerst huisjes in klei. Misschien ook al wat andere dingen die in een dorp passen!

We hebben een heel groot papier. Daar tekenen we eerst bomen op en bloemen. Dan zetten we er onze huisjes bij! Dan tekenen we er water bij, rivieren, zeeen, meren, enz.. Dan mag je alle vervoer erbij tekenen, straten, spoorwegen, kruispunten, bruggen, fietspaden, bushaltes, stations… 

Elke kleuter kiest zijn eigen huisje uit! En beslist ook of er een weg voorbij mag komen, enz…

Tenslotte tekenen we er extra huisjes bij, vb de school, de bakker,… 

En spelen maar!

 

Uiteraard moet dit niet allemaal getekend worden! Als je ander materiaal wil gebruiken mag dit!!! Vb een houten spoorweg of muurtjes in blokken,…

 

Uitdaging 7

 

Am                                 G

Kan ik heel hard lopen?

Em                           Am

Kan ik heel ver springen?

Am                                          G

Misschien kan ik mooi zingen?

Em                                  Am

Nog veel meer toffe dingen?

Am                             G

In de klas ben je met velen

Em                                         Am

Doe je eigen olympische spelen!

 

De kleuters verzinnen hun eigen klas-olympische-spelen. Bespreek eerst wat de talenten in de klas zijn! Is er iemand die snel kan lopen? Of goed kan kruipen? Of lang zijn ogen kan openhouden? …

Dan ga je met z’n allen de uitdagingen aan met een echt scorebord!

 

Uitdaging 8

 

Am                                           G

De juf vertelt een mooi verhaal

Em                           Am

We luisteren allemaal

Am                    G

We gaan dan testen wat we weten

Em                                        Am

En wat we ook zijn vergeten

Am                                         G

Met een leuke kleuren-kwis

Em                                               Am

Zoek het antwoord, kleur niet mis!

 

Je geeft een blad met kleurvlakken.

Je geeft per vraag een aantal antwoorden.

Elk antwoord heeft een kleur.

Je laat ieder een vlakje kleuren.

Welke kleur domineert of welk dier komt tevoorschijn?


Heimwee

Inleiding 

 

Elke juf heeft het al wel eens meegemaakt; een ontroostbare kleuter of peuter die huilt om zijn of haar mama. Vooral dan in de chaos van elke morgen… Niet leuk voor het kind, niet leuk voor de drukke juf. 

De kleuter voelt zich waarschijnlijk uit een warme cocon gedropt in een drukte die hij of zij op dat moment als onveilig ervaart. 

Die tranen zijn welgemeend! 

Een mooi gebaar is de tranen te accepteren, het gevoel van het kind toe te laten en het kindje eens goed vastnemen om weer een veilig gevoel te geven. 

Daar gaat dit liedje over. Een triest gevoel erkennen en mee ervaren en een warme cocon bieden in het klasje. 

 

Heimwee

(tekst + akkoorden)

Am     Em      Am 

Soms doet mijn hartje pijn 

Am     Em      Am 

Wil ik weer bij mama zijn 

Am     Em      Am 

Ik vertel dat aan de juf 

Em      Am 

Ze zegt “straks zie je mama terug” 

 

Dm     Am     Em 

“Eerst gaan we samen spelen 

Am     Em      Am 

Ik beloof, je gaat je niet vervelen! 

Am     Em      Am 

Ik vertel nog een verhaal 

Em      Am 

En dan luisteren wij allemaal…” 

 

Dm     Am     Em 

Vriendjes zitten dan tegen mij aan 

Am     Em      Am 

Tot het verhaaltje is gedaan 

Am     Em      Am 

Al mijn vriendjes zij aan zij 

Em      Am 

Dat maakt mij weer helemaal blij! 


Ritme

Inleiding

 

Een liedje om te zingen, klappen, stampen en trommelen!

 

De eerste stapjes in het rekenen zijn ritmeoefeningen. Zij laten een volgorde in klanken voelen, en volgorde is het eerste stapje in wiskunde!

En onze kinderen zijn dol op dansen en zingen, hoe meer hoe liever!

 

Dit liedje laat de kinderen kennismaken met een aantal begrippen uit de muziek; ritme, snel/traag, hoog/laag, ontdubbelen (telkens een tel overslaan).

 

De eerste strofe wordt volledig gezongen. Dat is een kennismaking met de rest van het liedje. De volgende strofes wordt enkel de eerste zin gezongen. De rest is muzikaal en geeft de kans om het zinnetje uit te voeren!

 


Ritme

(tekst + akkoorden)

Am                                   

We klappen in de handen,

                 C

tellen tot 8

Am                                         

We stampen met de voetjes,

    G

van hard naar zacht

D                                            

Soms zingen we hoog, 

E

soms zingen we laag

Am                             C                                 

Soms trommelen we snel, 

                                         G

soms trommelen we traag

 

(tekst + uitvoering)
 

We klappen in de handen

Tellen tot 8.

 

We klappen in de handen op het ritme van de muziek.

 

We stampen met de voetjes

Van hard naar zacht.

 

We stampen met beide voetjes afwisselend op de grond.
We gaan dat eerst snel doen, dan traag en dan weer snel.
De trage mogen harder klinken dan de snelle!

 

Soms zingen we hoog

Soms zingen we laag.

 

We zingen mee met lalalalala!

 

Soms trommelen we snel

Soms trommelen we traag.

 

We trommelen met stokjes mee!
Eerst 8 keer, dan 4 keer, dan 2 keer.
Een eerste stapje naar ontdubbelen…


Beginnen!

Inleiding

 

Elke morgen hetzelfde; we staan in de rij en gaan samen naar binnen!

Waarom eens niet al spelend? 

In de tekst staan heel veel opdrachten die je kan uitvoeren met de kinderen. 

Je kan er eentje uitpikken of ze zelfs allemaal uitvoeren! Veel plezier bij het beginnen van de dag!!

 

Beginnen

tekst + akkoorden

 

E

Samen in een rij

Am

Is iedereen erbij?

D                                 Am

De dag gaat weer beginnen

D                                 Am

We stappen gauw naar binnen

 

G

We strekken onze benen

C

En we krullen onze tenen

E

We stappen als een reus

Am

We ruiken met de neus

G

We volgen een spoor

C

Van achter rent naar voor

E

We kijken in het rond

Am

En we hurken op de grond

D

Maar niemand mag ons zien

Am

We sluipen voort tot

E                                     Am

1 2 3 4 5 6 7 8 9….     10!

 

E

De middag is voorbij

Am 

Is iedereen erbij?

D                                Am

We stappen naar de klas

D                         Am

Maar let op elke pas

 

G

Stap niet op een lijn

C

Terwijl er zoveel zijn

E

Doe dan een stap terug

Am

En nog eens maar dan vlug

G

5 stappekes naar voren

C

Zijn we niets verloren?

E

Kijk eens naar opzij

Am

Zet je voetjes er mooi bij

D

Ook naar de andere kant

Am

Klap eens in je hand

E

We huppelen naar de klas

…… eindelijk uit

Am

Die jas!